Hypotheekrente-aftrek

De voor de lening verschuldigde rente is aftrekbaar voor de inkomstenbelasting indien de lening is aangewend voor aankoop van de woning en de hiermede verband houdende kosten en/of voor verbouwing. Vanaf 1 januari 2001 is de rente aftrekbaar gedurende een periode van maximaal 30 jaar.

Let op: In fiscaal opzicht is er sprake van aftrekbare hypotheekrente, indien deze rente betrekking heeft op een lening die is aangegaan voor aankoop, onderhoud of verbetering van het eigen huis. De klant dient dit te kunnen aantonen met nota's. Is het geld deels voor andere doelen aangewend, dan wordt de rente over dat deel beschouwd als consumptieve rente. Met ingang van 1 januari 2001 is de rente van consumptieve leningen niet langer aftrekbaar. Wel kan het deel van de lening dat voor andere doeleinden wordt aangewend voor de bepaling van de vermogensrendementsheffing als schuld worden aangemerkt. Afhankelijk van de omvang van de overige bezittingen en schulden kan dit leiden tot een lagere box 3 heffing.

De hypotheekrente is gedurende een periode van maximaal 30 jaar aftrekbaar. Deze 30-jaarsperiode loopt voor het totaal van het oorspronkelijk geleende bedrag. Indien tussentijds gedeeltelijk wordt afgelost loopt voor dit afgeloste deel de 30-jaarsperiode gewoon door. Een tussentijdse aflossing kan negatieve gevolgen hebben voor de renteaftrek.

Bijleenregeling
Sinds 1 januari 2004 is de bijleenregeling van toepassing. Deze regeling houdt in dat de eigenwoningschuld, waarover hypotheekrenteaftrek mogelijk is, bij een verhuizing mag worden verhoogd voorzover de hogere prijs van de aanschaf van de nieuwe woning niet kan worden betaald uit de opbrengst van de oude woning. Bij verhuizing naar een duurdere woning waarvoor een hogere hypotheek wordt afgesloten, wordt dus bepaald in hoeverre de hypotheekrente van het bedrag dat extra wordt geleend, fiscaal aftrekbaar is. Dit gebeurt door de benodigde hypotheek voor het nieuwe huis (aankoopprijs inclusief kosten) te verminderen met de verkoopopbrengst van het oude huis (verkoopbedrag minus kosten).

Tot slot
Bovenstaande fiscale aspecten gelden volgens de huidige fiscale regelgeving. Het is belangrijk om erbij stil te staan dat deze aan verandering onderhevig is. Wij volgen deze ontwikkelingen op de voet en kan u hierover adviseren en informeren. Verwachte wijzigingen binnen de wetgeving kunnen immers van grote invloed zijn op keuzes die u maakt.



Kapitaalverzekering eigen woning (KEW)

In de belastingwetgeving is de mogelijkheid geboden belastingvrij vermogen op te bouwen om de lening voor de eigen woning af te lossen. Deze mogelijkheid wordt de kapitaalverzekering eigen woning(hierna:KEW) genoemd. Op deze wijze wordt voorzien in een belastingvrije uitkering, terwijl de verzekering gedurende de looptijd ook niet wordt belast.

Vereisten:
Aan de KEW worden de volgende eisen gesteld: op de polis moet worden aangetekend dat de uitkering dient ter aflossing van de schulden aangegaan ter verwerving van de eigen woning van de verzekeringnemer of diens partner; de verzekeringnemer of diens partner moet een eigen woning bezitten; de hoogte van de jaarlijks te betalen premies mag variëren. Echter, de hoogste premie mag hierbij nooit meer bedragen dan tienmaal de laagste premie; de premie moet jaarlijks en aaneengesloten gedurende een periode van minimaal 15 jaar worden betaald. In dat geval bedraagt de vrijstelling € 31.900,00. Bij een periode van 20 jaar bedraagt de vrijstelling € 140.500,00 (getallen 2006); de verzekeringnemer en diens partner kunnen als verzekerde van de KEW optreden; de KEW mag in principe alleen recht geven op een éénmalige uitkering. Met deze uitkering moet dan de geldlening direct en voor een zo groot mogelijk deel worden afgelost. Een kapitaalverzekering die zowel een uitkering kent na 15 jaar als na 20 jaar jaarlijks premie betalen, respectievelijk na overlijden, kan echter ook als KEW worden aangemerkt.

Fictieve uitkering:
In bepaalde situaties wordt er fiscaal een uitkering in aanmerking genomen zonder dat er een kapitaalverzekering daadwerkelijk tot uitkering is gekomen. Dit is bijvoorbeeld het geval als aan één van de hiervoor genoemde eisen niet of niet langer wordt voldaan. In beginsel is dan over het rentebestanddeel in de uitkering in box 1 heffing verschuldigd. Dit rentebestanddeel wordt gesteld op de waarde op dat moment minus de tot dat moment betaalde premies. Alleen als de KEW-vrijstelling van toepassing is, kan de uitkering vrij van heffing worden genoten. Deze KEW-vrijstelling komt verderop aan de orde.

Ook als de verzekering langer dan 30 jaar doorloopt, wordt er in ieder geval een uitkering in aanmerking genomen. De daadwerkelijke uitkering dient dus uiterlijk na verloop van 30 jaar gedaan te worden. Alleen in dat geval kan worden voldaan aan de eisen van de KEW vrijstelling.

Bij afkoop, vervreemding of inbreng van de KEW in het vermogen van een onderneming wordt eveneens een uitkering in aanmerking genomen.

Vrijstelling:
De uitkering uit de KEW is vrijgesteld als wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Wordt hier niet aan voldaan dan wordt het rentebestanddeel belast in box 1. Het rentebestanddeel bestaat uit de uitkering, verminderd met de betaalde premies. De KEW-vrijstelling is van toepassing op een uit een KEW genoten uitkering: op einddatum bij in leven zijn van de verzekerde; bij diens (eerder) overlijden; en bij afkoop.De KEW-vrijstelling kan pas worden toegepast als aan de voor de KEW geldende premieduur-, bandbreedte- en aflossingseis is voldaan. De KEW-vrijstelling kan alleen worden gebruikt indien en voor zover de uitkering wordt gebruikt om de lening voor de eigen woning af te lossen.

De hoogte van de toe te passen vrijstelling is mede afhankelijk van de duur van de premiebetaling. De uitkering blijft onbelast als: 1. deze niet meer bedraagt van € 31.700,00 en er voor die uitkering ten minste 15 jaar premie is voldaan; 2. deze niet meer bedraagt dan € 139.500,00 en er voor die uitkering ten minste 20 jaar, of, als de verzekering tot uitkering komt door overlijden, tot dat overlijden jaarlijks premies zijn voldaan.Deze vrijstelling is geïndexeerd. Dit betekent dat de genoemde bedragen jaarlijks worden verhoogd aan de hand van de inflatiecorrectiefactor.

Partners
De KEW-vrijstelling is niet overdraagbaar aan de partner. Indien wordt verwacht dat de uitkering op de einddatum uitgaat boven de vrijstelling van € 140.500,00 (getallen 2006) is het verstandig hier bij voorbaat rekening mee te houden. Bij fiscale partners kan elke partner aanspraak maken op zijn of haar eigen vrijstelling indien beide partners afzonderlijk als begunstigde van de uitkering zijn aangemerkt. Op die manier kunnen partners toch tezamen gebruik maken van een totale vrijstelling van € 281.000,00 (getallen 2006).

Verlaging vrijstelling
De hiervoor genoemde vrijgestelde bedragen worden in de volgende gevallen verlaagd als in het verleden van de KEW-vrijstelling gebruik is gemaakt, worden de genoemde maxima verlaagd met het bedrag waarvoor de vrijstelling is gebruikt; ook als in het verleden gebruik is gemaakt van een vrijgestelde uitkering uit een andere kapitaalverzekering dan een KEW kunnen de genoemde maxima verlaagd worden. Dit is in principe niet het geval als het een kapitaalverzekering betreft die is gesloten voor 1992; als de lening voor de eigen woning lager is dan de hiervoor genoemde bedragen, is de KEW-vrijstelling alleen van toepassing tot het bedrag gelijk aan de lening voor de eigen woning; als een belastingplichtige verhuist van een eigen woning naar een huurwoning en de kapitaalverzekering blijft doorlopen, wordt er door de belastingdienst toch een uitkering in aanmerking genomen. De KEW-vrijstelling kan op dat moment echter worden gebruikt, ook al is niet aan het premieduur en aflossingsvereiste voldaan. De in de toekomst te gebruiken KEW-vrijstelling wordt in dat geval verminderd met het op moment van verhuizen naar de huurwoning gebruikte bedrag.

Overlijdensuitkering
Zoals hiervoor is aangegeven kan ook het uit een KEW genoten voordeel bij overlijden onder de KEW-vrijstelling vallen. Als een belastingplichtige een uitkering bij het overlijden van zijn partner ontvangt, dan mag hij het bedrag van zijn vrijstelling verhogen met het bedrag van de resterende vrijstelling van de overleden partner. Deze verhoging is gemaximeerd tot de genoten overlijdensuitkering. Vervolgens gebruikt de langstlevende partner eerst deze verhoging. Voor zover deze niet toereikend is, wordt pas de eigen vrijstelling van de langstlevende partner benut.

Uitkering hoger dan vrijstelling
Het kan natuurlijk voorkomen dat de uitkering uit een KEW hoger is dan de KEW-vrijstelling. In dat geval zal niet de gehele uitkering belastingvrij kunnen worden ontvangen. Over het rentebestanddeel in het niet-vrijgestelde deel van de uitkering moet in box 1 belasting worden betaald.